Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:2

De begroting

Onderdeel van Algemene verordening financieel beheer en beleid gemeente Den Haag 2017

1.. Jaarlijks stellen burgemeester en wethouders de voorjaarsnota op waarin het budgettaire kader meerjarig is weergegeven. Deze voorjaarsnota dient als uitgangspunt voor het opstellen van de meerjarenbegroting. Burgemeester en wethouders bieden deze voorjaarsnota aan de raad aan. 2.. Burgemeester en wethouders bieden de raad uiterlijk de tweede dinsdag in september voorafgaande aan het begrotingsjaar ter vaststelling de stukken bedoeld in artikel 190 van de Gemeentewet aan (de begroting met een toelichting van de gemeente en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren). 3.. Met het vaststellen van de programmabegroting worden afzonderlijk voor de programma’s en het overzicht overhead door de raad vastgesteld: de doelstellingen; de financiële middelen voor het begrotingsjaar; de meerjarenbegroting als leidraad voor het te voeren beleid. 4.. In de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting is een overzicht opgenomen dat inzicht geeft in de opbouw van totale apparaatslasten primair proces, de apparaatslasten van de overhead en de kosten van inhuur externen. Het totaal van de apparaatslasten primair proces is onderverdeeld naar programma’s. 5.. Met het vaststellen van de programmabegroting worden de indicatoren vastgesteld met de daarbij behorende ambitie. 6.. In de programma’s en het overzicht overhead, als onderdeel van de beleidsbegroting, worden de lasten en baten weergeven inclusief de dotaties aan reserves en onttrekkingen aan reserves. In een overzicht binnen de financiële begroting worden per programma en het overzicht overhead de lasten, baten, dotaties en onttrekkingen afzonderlijk gepresenteerd wat de wettelijke grondslag vormt voor de budgetautorisatie door de raad. 7.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd middelen te heralloceren, binnen de door de gemeenteraad gestelde kaders, zolang er op programmaniveau en het overzicht overhead geen sprake is van een vermeerdering of vermindering van de lasten, baten, dotaties of onttrekkingen uit bestemmingsreserves van de begroting. 8.. De begroting bevat de in het BBV (artikel 9, lid 2) voorgeschreven paragrafen: Lokale heffingen, Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Onderhoud kapitaalgoederen, Financiering, Bedrijfsvoering, Verbonden partijen en Grondbeleid. Naast de verplichte paragrafen kunnen burgemeester en wethouders en de raad voorstellen doen om extra paragrafen op te nemen. 9.. Bij de opstelling van de programmabegroting passen burgemeester en wethouders het voorzichtigheidsbeginsel toe: baten worden alleen geraamd indien ze voldoende zeker zijn; lasten worden geraamd indien verwacht wordt dat deze zich voordoen. 10.. Het bedrag voor onvoorziene uitgaven dat volgens het BBV (artikel 8, lid 6) in de programmabegroting is opgenomen wordt geraamd op basis van de risico’s zoals opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en de kans dat deze risico’s zich feitelijk voordoen. Onttrekkingen aan de post onvoorzien geschieden bij raadsbesluit. 11.. Voor de interne toerekening van rentekosten hanteert de gemeente een omslagrente. Bij het vaststellen van de begroting wordt de hoogte van de omslagrente vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel