Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4:3

Verbonden partijen

Onderdeel van Algemene verordening financieel beheer en beleid gemeente Den Haag 2017

1.. De burgemeester en wethouders nemen (conform lid 2 van artikel 160 van de Gemeentewet) geen besluit tot de oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld om haar wensen en bedenkingen te uiten ten aanzien van het ontwerpbesluit. 2.. De oprichting van of deelneming in een gemeenschappelijke regeling vergt de expliciete instemming van de raad, conform art. 1 van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen. 3.. In een ontwerpbesluit tot oprichting van, of deelname in een verbonden partij, nemen de burgemeester en wethouders minimaal op: de expliciete koppeling van het doel van de verbonden partij aan een gemeentelijk doel; de risico's en beheersmaatregelen, en de exit-mogelijkheden; het motief om deel te nemen aan de verbonden partij en de taak niet zelf uit te voeren, uit te besteden of hiervoor subsidie te verlenen; de betrokkenheid en wijze van informatievoorziening aan de raad; de herijkings- of evaluatiemomenten. 4.. De burgemeester en wethouders stellen eenmaal in de vier jaar een Nota Verbonden Partijen op die ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden. 5.. De burgemeester en wethouders voeren iedere raadsperiode een herijking uit voor alle deelnemingen. De herijking wordt ter kennisname aangeboden aan de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel