Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5:10

Voorzieningen

Onderdeel van Algemene verordening financieel beheer en beleid gemeente Den Haag 2017

1.. Voorzieningen dienen dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. 2.. Alleen voorzieningen die samenhangen met heffingen en die mede dienen ter egalisatie van kosten kunnen tijdelijk negatief staan. Voorwaarde hiervoor is dat de voorziening wordt onderbouwd door een meerjarenplan waaruit blijkt dat de voorziening binnen afzienbare tijd weer een positieve stand heeft. 3.. Bij het verstrekken van leningen en garanties aan derden wordt een voorziening gevormd ten laste van het betreffende beleidsprogramma. 4.. Voor middelen afkomstig van derden met een specifiek bestedingsdoel wordt een voorziening gevormd. Uitzondering hierop vormen middelen met een specifiek bestedingsdoel van nationale en Europese overheden. Deze middelen worden conform het BBV via de exploitatie en de overlopende activa/passiva verantwoord. 5.. Voor een voorziening ingesteld met middelen van derden gelden de volgende uitgangspunten: er is een onderbouwd en gekwantificeerd meerjarenplan waarmee het bestedingspatroon vastligt; het bestedingspatroon mag boekjaar overschrijdend zijn, mits dit in het meerjarenplan is aangegeven. het meerjarenplan is onderdeel van de begroting en wordt voor minimaal vier jaar opgesteld. 6.. Egalisatievoorzieningen zijn gevormd conform BBV artikel 44, lid 1, onderdeel c voor leges opbreekvergunningen, verkiezingen, afvalstoffenheffing en riolering. 7.. Het instellen van een reorganisatievoorziening vindt alleen dan plaats wanneer sprake is van: een reorganisatiebesluit conform het Sociaal Beleidskader (SBK) van de gemeente; een raming van kosten direct samenhangend dan wel voortvloeiend uit de reorganisatie van tenminste € 2,5 mln.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel