Naar hoofdinhoud
1.. De volgende categorieën reserves worden onderscheiden: Algemene reserve: niet geoormerkte middelen die dienen om tegenvallers te bekostigen zonder dat de begroting en het beleid (direct) aangepast hoeven te worden; Centrale bedrijfsvoeringsreserve: dient voor het opvangen van jaarrekeningresultaten vanuit het overzicht overhead, het dekken van frictiekosten als gevolg van de bundelingsoperatie en het kunnen uitvoeren van (kleinere) projecten ter innovatie van de gemeentelijke bedrijfsvoering van de overheadfunctie, inclusief leidinggevenden in het primair proces; Programmareserve: dient voor het opvangen van jaarrekeningresultaten, het egaliseren van lasten voor projecten kleiner dan € 2,5 mln. over meerdere begrotingsjaren en het kunnen doen van (kleine) ondersteunende nieuwe beleidsinitiatieven, voor zover de omvang van de programmareserve dit toelaat; Reserve Onderhoud: dient voor het opvangen van jaarrekeningresultaten van de programma’s wat betreft de resultaten gekoppeld aan onderhoud, het opvangen van eventuele tegenvallers bij onderhoudskosten en of pieken in de onderhoudsopgaven; Reserve Grondbedrijf: dient ter verrekening van het rekeningresultaat op operationele grondexploitaties en grond exploitaties van verbonden partijen voor zover sprake is van winsten of verliezen die plaats vinden binnen de plankaders zoals vastgelegd in projectdocument en grondexploitatie; (Tarief)egalisatiereserve: dient om schommelingen op te vangen bij de tarieven die aan derden en intern in rekening worden gebracht; Activareserve: centrale reserve die dient ter dekking van kapitaallasten; Projectreserve: reserve die dient ter dekking van een specifiek doel of project; Overige bestemmingsreserves: alle reserves die niet onder een van bovenstaande categorieën vallen. 2.. Instelling reserve Reserves worden ingesteld bij raadsbesluit. Bij een voorstel voor de instelling van een reserve dient minimaal te worden aangegeven: - doel van de reserve; - motief voor de instelling; - categorie; - voeding; - maximale hoogte; - looptijd; - bestedingsraming/planning voor de komende jaren. Bij een voorstel voor de instelling van een reserve vallend onder de categorie opgenomen in lid 1 onder h dient het begrotingsproduct te worden aangegeven waar deze reserve aan gekoppeld is. Een dergelijke reserve kan maar aan 1 product gekoppeld zijn; De minimale omvang van een projectreserves bedraagt € 2,5 mln. Aanpassing van één of meerdere van de bij lid 2 b, c en d genoemde punten vergt een raadsbesluit. 3.. Looptijd reserve Na afloop van de looptijd valt een reserve vrij. Reserves, waarvan het doel is gerealiseerd en middelen resteren, vallen vrij, ook als de looptijd van de reserve nog niet is verstreken. Dit geldt ook voor reserves waarbij vast staat dat het doel niet gerealiseerd kan worden. De vrijval hoeft niet begroot te zijn. Als in de jaarrekening blijkt dat het saldo van een projectreserve € 2,5 mln. of kleiner is, dan wordt de resterende verplichting in de eerstvolgende meerjarenbegroting in de exploitatie opgenomen in het begrotingsjaar dat de lasten zich voordoen. De looptijd van een reserve met een specifiek aangegeven doel zoals aangegeven bij categorie h is maximaal drie jaar. Als de doorlooptijd van een project bij de start evident langer is dan drie jaar kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen een afwijkende looptijd voor stellen. 4.. Verrekening met reserves Bij de programmarekening doen burgemeester en wethouders een voorstel voor de bestemming van het jaarrekeningresultaat. Voor onttrekkingen en dotaties aan een reserve is een raadsbesluit noodzakelijk. Voor de categorie opgenomen in lid 1 onder h van dit artikel geldt dat een overschrijding van de begrote onttrekking is toegestaan, mits is voldaan aan de door de commissie BBV gestelde eisen voor begrotingsrechtmatigheid. Voor de reserves Grote projecten, Co-financiering, Internationaal & Werving Den Haag en Statushouders geldt dat niet bestede middelen (ten opzichte van de begroting) voor resultaatsbepaling naar de reserve terugvloeien. In het betreffend beleidsprogramma wordt expliciet de werkelijke last verantwoord. 5.. Reserves mogen niet negatief zijn met uitzondering van categorie b, c en d conform lid 1. Burgemeester en wethouders doen de raad een voorstel voor het wegwerken van de negatieve stand.

Rechtspraak bij dit artikel