Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2018

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeer-onderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, die ter beschikking worden gesteld voor het houden van verblijf met overnachting; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan; niet vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een bepaalde periode plaatsen van een mobiel kampeeronderkomen; accommodatie: vakantie-onderkomens en verhuurde ruimten als bedoeld onder a en c. Het aantal personen dat heeft overnacht wordt voor vaste en niet vaste standplaatsen bepaald op 3; Het aantal personen dat heeft overnacht wordt in de overige gevallen bepaald op het aantal slaapplaatsen per accommodatie; Het aantal malen dat door de in het tweede en derde lid bedoelde personen is overnacht wordt ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens, verhuurde ruimten, mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen en mobiele onderkomens op niet vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van: ten hoogste drie maanden bepaald op 30 meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 40 meer dan zes maanden doch ten hoogste negen maanden bepaald op 80 meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 120.

Rechtspraak bij dit artikel