Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Aanvullende criteria persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Boekel 2018

1.Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget worden de volgende criteria gehanteerd: De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende bijdrage, waaronder onderhoud reparatie en verzekering zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is. Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt uitgegaan van een gedifferentieerde tariefstelling voor inkoop via een pgb bij erkende zorginstellingen, een zelfstandige zonder personeel (ZZP) of eenmansbedrijf en niet-professionals. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: Een budgethouder die een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met een voor de sector toepasselijk cao, kan het maximum (100%) pgb-tarief ontvangen. Inschakeling van een zzp’er of zorgorganisatie die arbeidsvoorwaarden met lagere loonschalen hanteert, leidt als gevolg van aannemelijke minderkosten, tot een verlaging van het maximum pgb-tarief met 15%. Wordt de ondersteuning geleverd door een persoon uit het netwerk van de cliënt én/of een niet-professionele hulpverlener dan bedraagt het pgb-tarief 50% van het instellingstarief met een maximum van € 20,- per uur. Het college kan de hoogte van het pgb als bedoeld in a t/m c vaststellen op basis van een offerte. In het persoonsgebonden budget is geen ruimte voor een vrij besteedbaar bedrag. 2.De volgende zaken mogen niet worden betaald uit het pgb: kosten van bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers, tenzij het de kosten van arbeidsbemiddeling betreft door een bemiddelingsbureau met een Per Saldo Keurmerk; administratiekosten; de bijdrage in de kosten, zoals bedoeld in artikel 16; reiskosten; feestdagen- of andere eenmalige uitkeringen. 3.Aan het persoonsgebonden budget zijn de volgende verplichtingen en voorwaarden verbonden: De budgethouder maakt met de hulpverlener of aanbieder in een schriftelijke overeenkomst tenminste afspraken over het resultaat van de maatschappelijke ondersteuning, de kwaliteit en de wijze van declareren. Als uit de gegevens van de SVB blijkt dat binnen een half jaar geen besteding heeft plaatsgevonden, kan in overleg met de cliënt beëindiging of omzetting naar hulp in natura plaatsvinden Een persoonsgebonden budget voor het sociaal netwerk moet in ieder geval beperkt blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van persoonsgebonden budgetten. Het college kan in de nadere regels eisen stellen met betrekking tot de verstrekking, uitsluitingsgronden, de hoogte, uitbetaling, besteding, kwaliteitseisen en verantwoording van de met het persoonsgebonden budget aan te schaffen maatwerkvoorziening. Het pgb moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in de wet en die in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt toegekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel