**1..** Voor de vaststelling van de hoogte van de vervoersvergoeding wordt uitgegaan van de volgende normbedragen op jaarbasis:
voor een persoonsgebonden budget de kosten van het gebruik van een taxi geldt een normbedrag van € 3.210,-- op declaratiebasis.
voor een persoonsgebonden budget voor de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 4.178,-- op declaratiebasis.
**2..** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor het aanpassen van een eigen auto wordt bepaald aan de hand van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. Deze vergoeding bedraagt maximaal de kosten van de goedkoopst aanpasbare auto.
**3..** Als er sprake is van aanpassingskosten van de eigen auto geldt als afschrijvingstermijn van de voorziening ten minste zeven jaar. Met uitzondering van overzetbare voorzieningen wordt deze voorziening daarom slechts toegekend als de aan te passen auto niet ouder is dan drie jaar. De kosten van de noodzakelijke aanpassingen worden gebaseerd op de goedkoopst aanpasbare auto. De opties met betrekking tot de uitrusting van de auto, zoals automatische transmissie, stuurbekrachtiging en airco, zijn van vergoeding uitgesloten.
**4..** Collectief vervoer bestaat uit een regiotaxipas waarmee tegen gereduceerd tarief maximaal 2000 km per jaar kan worden gereisd.
**5..** Voor de sociaal begeleider van de gebruiker van het collectief vervoer gelden de volgende voorwaarden:
de sociaal begeleider mag geen Wmo-geïndiceerde zijn;
de sociaal begeleider dient zelfstandig te kunnen reizen en niet aan een rolstoel of scootmobiel gebonden te zijn;
er mag maximaal één sociaal begeleider per (enkele) rit meegaan;
de sociaal begeleider reist vanaf hetzelfde opstapadres naar dezelfde bestemming;
er mogen maximaal 20 enkele ritten per jaar worden gemaakt tegen het gereduceerde tarief. Daarbuiten dient de sociaal begeleiding het volledige tarief te betalen;
de rit van de sociaal begeleider wordt gelijktijdig geboekt met dezelfde reservering als de rit van de Wmo-pashouder.
**6..** Indien noodzakelijk kan op medische gronden een tweede persoon worden geïndiceerd voor het CVV. Gronden om voor een indicatie van medisch begeleider in aanmerking te komen zijn:
noodzakelijke zorg tijdens de rit voor het toedienen van medicatie of bedienen van medische apparatuur;
gedragsproblemen of angst die door begeleiding worden opgeheven; of
noodzakelijke lijf gebonden zorg tijdens de rit.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
budget vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Regeling maatschappelijke ondersteuning Krimpenerwaard 2018