Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van leges 2018

1.. De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1 van hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. De belastingen als bedoeld in de onderdelen 1.2 tot en met 2.1.3 van de hoofdstukken 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel zijn verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in onderdeel 1.1 van hoofdstuk van de bij deze verordening behorende tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in onderdeel 1.1 van hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

Rechtspraak bij dit artikel