Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening reinigingsheffingen 2018

1.. De belasting is verschuldigd na afloop van het belastingtijdvak. 2.. In afwijking van lid 1 is de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.3, onderdeel 1.3.1 van de tarieventabel verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van een belastingtijdvak aanvangt, is de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel volle kalenderweken als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van een belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalenderweken van de voor een volledig belastingtijdvak verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, als er in dat belastingtijdvak, na einde van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 2,50. 5.. Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 6.. Belastingbedragen van minder dan € 2,50 worden niet geheven.

Rechtspraak bij dit artikel