De voorzitter zendt – spoedeisende vergaderingen uitgezonderd –
ten minste tien dagen vóór een vergadering de leden een
schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijd en plaats
van de vergadering.
De oproepingsbrief vermeldt de voorstellen en onderwerpen die in
de vergadering behandeld zullen worden in de volgorde waarin
deze aan de orde zullen worden gesteld.
Voordat de oproepingsbrief wordt verzonden, stelt de
agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering op.
De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, voor zover
daarop geen geheimhouding is gelegd, worden tegelijkertijd met
de schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.
De raad kan besluiten de volgorde van behandeling te wijzigen.
De raad kan bij vaststelling van de agenda in de vergadering, op
voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, besluiten
onderwerpen aan de agenda toe te voegen of daarvan af te
voeren.
De voorzitter kan na het verzenden van de oproepingsbrief zo
nodig een aanvullende agenda doen uitgaan.
De daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk, maar
uiterlijk tweemaal 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden
gezonden.
Wanneer de raad een voorstel of onderwerp onvoldoende voor de
openbare beraadslaging voorbereid acht, kan bij besluiten tot
terugzending naar het college om aanvulling. De raad bepaalt in
welke vergadering het voorstel of onderwerp opnieuw geagendeerd
wordt.
Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de
agenda voor de raadsvergadering, kan alleen met toestemming van
de raad ingetrokken worden.
Hoofdstuk › Paragraaf 1
Artikel 11
Oproep; agenda
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad