Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 1

Artikel 11

Oproep; agenda

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

De voorzitter zendt – spoedeisende vergaderingen uitgezonderd – ten minste tien dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijd en plaats van de vergadering. De oproepingsbrief vermeldt de voorstellen en onderwerpen die in de vergadering behandeld zullen worden in de volgorde waarin deze aan de orde zullen worden gesteld. Voordat de oproepingsbrief wordt verzonden, stelt de agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering op. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, voor zover daarop geen geheimhouding is gelegd, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden. De raad kan besluiten de volgorde van behandeling te wijzigen. De raad kan bij vaststelling van de agenda in de vergadering, op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, besluiten onderwerpen aan de agenda toe te voegen of daarvan af te voeren. De voorzitter kan na het verzenden van de oproepingsbrief zo nodig een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk tweemaal 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Wanneer de raad een voorstel of onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan bij besluiten tot terugzending naar het college om aanvulling. De raad bepaalt in welke vergadering het voorstel of onderwerp opnieuw geagendeerd wordt. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de agenda voor de raadsvergadering, kan alleen met toestemming van de raad ingetrokken worden.

Rechtspraak bij dit artikel