Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 45

Verslag; verantwoording

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1Een lid van de raad of een lid van het college, dat door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van een algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft de plicht om verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als hiervoor bedoeld aan de orde zijn (geweest). Bij het onderdeel Podium wordt hem bij het agendapunt Rechten van raadsleden daartoe de mogelijkheid geboden, mits hij dat voor aanvang van de vergadering bij de griffier heeft gemeld. Indien de raad dit verslag wenst te bespreken kan de voorzitter de raad voorstellen: dit direct te doen; de bespreking te agenderen voor een voorbesprekingsronde of een volgende raadsvergadering. De raad beslist. Ieder lid van de raad kan aan een raadslid als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen als vermeld in artikel 39 van dit reglement, zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer een lid van de raad het raadslid als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, dan besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgelegd in artikel 40 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing. Dit artikel is eveneens van overeenkomstige toepassing indien de in het eerste lid bedoelde aanwijzing betrekking heeft op de wethouders, de burgemeester of de secretaris.

Rechtspraak bij dit artikel