1Een lid van de raad of een lid van het college, dat door de
gemeenteraad is aangewezen tot lid van een algemeen bestuur van een
openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op
grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft de plicht om
verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als hiervoor
bedoeld aan de orde zijn (geweest). Bij het onderdeel Podium wordt hem
bij het agendapunt Rechten van raadsleden daartoe de mogelijkheid
geboden, mits hij dat voor aanvang van de vergadering bij de griffier
heeft gemeld.
Indien de raad dit verslag wenst te bespreken kan de voorzitter de raad
voorstellen:
dit direct te doen;
de bespreking te agenderen voor een voorbesprekingsronde of een
volgende raadsvergadering.
De raad beslist.
Ieder lid van de raad kan aan een raadslid als bedoeld in het
eerste lid schriftelijke vragen stellen. De regels voor het
stellen van schriftelijke vragen als vermeld in artikel 39 van
dit reglement, zijn van overeenkomstige toepassing.
Wanneer een lid van de raad het raadslid als bedoeld in het
eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
van functioneren als zodanig, dan besluit de raad over het
toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen,
vastgelegd in artikel 40 van dit reglement zijn van
overeenkomstige toepassing.
Dit artikel is eveneens van overeenkomstige toepassing indien de
in het eerste lid bedoelde aanwijzing betrekking heeft op de
wethouders, de burgemeester of de secretaris.
Hoofdstuk
Artikel 45
Verslag; verantwoording
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad