Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging en benoeming wethouders

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1Het onderzoek van de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van (een )nieuw benoemde (lid) leden geschiedt door een commissie, bestaande uit drie leden. Die commissie wordt voor elk onderzoek opnieuw door de raad benoemd, op voorstel van de voorzitter; de raad geeft tevens aan wie van die leden voorzitter van de commissie is. 2De commissie brengt na onderzoek van de geloofsbrieven, andere bij de Kieswet vereiste stukken en de eventuele bezwaarschriften, verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel tot het nemen van een besluit. Ook van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt. De voorzitter van de raad roept een toegelaten lid op om in de eerste vergadering waarin hij zijn betrekking volgens de Gemeentewet kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte, af te leggen. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel