Naar hoofdinhoud

Artikel 5

In aanmerking te nemen middelen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Velsen 2018

1.. Tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald, hebben belanghebbenden draagkracht met een (gezamenlijk) inkomen boven 110% van de voor hen geldende bijstandsnorm en een vermogen boven de in artikel 34, lid 3 van de wet genoemde vermogensgrens, en kunnen zij geheel of gedeeltelijk zelf in de kosten voorzien waarvoor met inachtneming van deze beleidsregels bijzondere bijstand wordt verleend. 2.. Geen draagkracht hebben belanghebbende die, een inkomen hebben tot 110% van de bijstandsnorm en die geen vermogen hebben boven de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 Pw. 3.. Indien sprake is van een inkomen boven de 110% kan gedeeltelijk bijzondere bijstand worden toegekend indien de kosten het meerdere te boven gaan. Bij een volgende aanvraag in hetzelfde draagkrachtjaar worden de kosten geheel vergoed; 4.. De individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag worden niet bij de middelen betrokken. 5.. Het college stelt de draagkrachtperiode in beginsel vast op twaalf maanden. De draagkrachtperiode begint op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend. 6.. Bij wisselende inkomsten wordt voor het vaststellen van het maandinkomen uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de zes maanden voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel