**1..** Tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald, hebben belanghebbenden draagkracht met een (gezamenlijk) inkomen boven 110% van de voor hen geldende bijstandsnorm en een vermogen boven de in artikel 34, lid 3 van de wet genoemde vermogensgrens, en kunnen zij geheel of gedeeltelijk zelf in de kosten voorzien waarvoor met inachtneming van deze beleidsregels bijzondere bijstand wordt verleend.
**2..** Geen draagkracht hebben belanghebbende die, een inkomen hebben tot 110% van de bijstandsnorm en die geen vermogen hebben boven de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 Pw.
**3..** Indien sprake is van een inkomen boven de 110% kan gedeeltelijk bijzondere bijstand worden toegekend indien de kosten het meerdere te boven gaan. Bij een volgende aanvraag in hetzelfde draagkrachtjaar worden de kosten geheel vergoed;
**4..** De individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag worden niet bij de middelen betrokken.
**5..** Het college stelt de draagkrachtperiode in beginsel vast op twaalf maanden. De draagkrachtperiode begint op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend.
**6..** Bij wisselende inkomsten wordt voor het vaststellen van het maandinkomen uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de zes maanden voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag.
Artikel 5
In aanmerking te nemen middelen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Velsen 2018