Naar hoofdinhoud
1.. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld. 2.. Indien de in het vorige lid bepaalde waarde bestaat uit een woningdeel en een nietwoningdeel, dient voor de heffing van de onderhavige belasting slechts het woningdeel in aanmerking te worden genomen. 3.. Indien de in het eerste lid bedoelde waarde op basis van de Wet WOZ niet is vastgesteld, wordt de waarde bij de aanslag door de bedoelde gemeenteambtenaar bepaald op basis van hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken met toepassing van het eerste en tweede lid. 4.. De vaststelling van de waarde geschiedt overeenkomstig de regels voor de in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet bedoelde belastingen.

Rechtspraak bij dit artikel