Naar hoofdinhoud

Artikel 19

Weigeringsgronden Pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Den Helder 2018

1.. Een Pgb wordt geweigerd indien: a.. niet wordt voldaan aan de Pgb verbonden voorwaarden zoals omschreven in artikel 16 en 17 van deze verordening; b.. het Pgb langer dan 6 weken per jaar of gedurende een aaneengesloten periode langer dan vier weken wordt besteed in het buitenland, tenzij hiervoor nadrukkelijk vóóraf toestemming is gegeven door het college; c.. in de afgelopen drie jaar misbruik is gemaakt van enige voorziening in het sociale domein, waaronder begrepen het niet voldoen aan de voorwaarden van een eerder verleende Pgb; d.. de budgethouder deelneemt aan een schuldhulpverleningstraject in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp); e.. de budgethouder (volgens de rechtbank) handelingsonbekwaam is verklaard; f.. de budgethouder niet over een vaste woon- of verblijfplaats beschikt; g.. de budgethouder niet over een bankrekening beschikt; h.. op grond van de progressiviteit van een ziektebeeld te voorzien is dat de individuele voorziening door een andere voorziening vervangen dient te worden; i.. de jeugdige een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering heeft gekregen dan wel opgenomen is in een gesloten accommodatie met een machtiging; j.. de aanvrager een ander is dan de jeugdige of zijn ouders. 2.. Het Pgb mag niet besteed worden aan: a.. een voorziening die voor de jeugdige algemeen gebruikelijk is; b.. administratiekosten en feestdagenuitkering; c.. vrije besteding; d.. reiskosten; e.. administratieve bemiddelingsbureaus, tussenpersonen of belangenbehartigers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel