**1.** Het college kan ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende een
stads- en dorpsgezicht aanwijzen als beschermd stads- of
dorpsgezicht.
**2.** Het college besluit over de aanwijzing nadat de monumentencommissie
om advies is gevraagd.
**3.** De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is
aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.
**4.** De monumentencommissie adviseert binnen twaalf weken na de dag van
ontvangst van het verzoek van het college.
**5.** Het college beslist binnen zestien weken nadat het voornemen tot
aanwijzing kenbaar is gemaakt.
**6.** Het college kan de in het vijfde lid genoemde termijn met ten
hoogste zestien weken verlengen, mits het belanghebbenden daarvan in
kennis stelt binnen de in het vijfde lid genoemde termijn van
zestien weken.
**7.** Het college registreert het beschermd gemeentelijk stads- of
dorpsgezicht op de lijst van beschermde gemeentelijke stads- en
dorpsgezichten.
**8.** De lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten bevat
de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de kadastrale
gebiedsaanduiding van het beschermde stads- of dorpsgezicht en een
beschrijving van de daarin vervatte cultuurhistorische waarden.
Hoofdstuk 4
Artikel 22
De aanwijzing
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Wijk bij Duurstede 2010