**1.** Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende
(art 1:2 Awb), een onroerend monument aanwijzen als beschermd
gemeentelijk monument.
**2.** Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt
het advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen
(wanneer dreiging van sloop van een te beschermen object zich
zou voordoen) kan het vragen van dit advies achterwege
blijven.
**3.** Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een onroerend
monument als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat
bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.
**4.** Het college legt de raad eenmaal per jaar een verslag voor
waarin zij uiteenzet op welke wijze zij toepassing heeft gegeven
aan de aanwijzingen, alsook de wijzigingen en intrekkingen van
een gemeentelijk monument.
**5.** Voordat het college een kerkelijk monument aanwijst, voert het
overleg met de eigenaar.
**6.** Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd
gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie
als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het
monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en
met 15 van overeenkomstige toepassing.
**7.** De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op
grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1:
Artikel 4
De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Wijk bij Duurstede 2010