Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 2

Artikel 21

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening van gemeente Achtkarspelen houdende Reglement van Orde gemeenteraad

1.. Voorafgaande aan elk agendapunt van de informatiecarrousel en raadsvergadering kunnen burgers het woord voeren over voor de raadsvergadering geagendeerde onderwerpen. Voor de raadsvergadering betreft dit alleen niet-besluitvormende onderwerpen. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden: over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; voorstellen afkomstig uit de raad zelf. Indien de inspreker met betrekking tot hetzelfde agendapunt al een keer gebruik heeft gemaakt van het spreekrecht. 3.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit schriftelijk of mondeling voor de aanvang van de vergadering, uiterlijk op de dag van de vergadering vòòr 12.00 uur, aan de griffier. Hij vermeldt daarbij het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren, zijn naam, adres, zijn telefoonnummer, namens wie hij spreekt en levert de inspraakreactie bij voorkeur digitaal in bij de griffier. Hij dient aanwezig te zijn aan het begin van de inspreekperiode. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Indien er meer dan drie sprekers zijn, kan de voorzitter de maximale spreektijd inkorten. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter en de leden van de raad kunnen vragen stellen aan de inspreker, het is hen echter niet toegestaan met de inspreker te beraadslagen. De voorzitter of een lid van de raad kan een voorstel doen over de behandeling van de inbreng van de burger. 7.. De spreker richt zich tot de voorzitter van de raad en houdt zich aan de door de voorzitter gegeven aanwijzingen. 8.. Indien de spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem het woord ontzeggen.

Rechtspraak bij dit artikel