**1..** De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 17 door de beheerder.
**2..** Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:
de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 16 en 17 opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor opdracht aan het personeel van de begraafplaats heeft verleend;
alleen bij begraving van een stoffelijk overschot, het personeel van de begraafplaatsen de identiteit van het stoffelijk overschot heeft vastgesteld.
De identiteit wordt vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met het nummer dat op een bijgevoegd document is aangegeven. Dit document bevat tevens de namen, overlijdens- en geboortedatum van de overledene dan wel van de levenloosgeborene.
**3..** Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur op de voorgaande werkdag aan die waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.