Bij het maken van de keuze gericht op het compenseren van beperkingen bij het verplaatsen per vervoermiddel moet ermee rekening gehouden worden dat deze in beginsel gericht is op het sociaal vervoer, ook wel “vervoer in het kader van het leven van alledag in de directe woon- of leefomgeving”. Bij het opstellen van een programma van eisen en de selectie moet rekening gehouden worden met de vervoersbehoefte, frequentie, de sociale en de medische omstandigheden.
In onderstaande is een overzicht van verschillende voorzieningen en aandachtspunten. De opsomming is niet limitatief.
Bij alle vervoersvoorzieningen gelden een aantal algemene uitgangspunten:
Gebruik van algemeen gebruikelijke voorzieningen is medisch gezien niet mogelijk.
Bij een individuele maatwerkvoorziening, zoals een driewielfiets of scootmobiel, moet er voldoende verkeersinzicht zijn om veilig aan het verkeer te kunnen deelnemen.
Bij individuele maatwerkvoorzieningen kan onder andere gedacht worden aan een scootmobiel, een driewielfiets, een bruikleenauto, een auto-aanpassing of een gesloten buitenwagen.
Collectief vervoer
Collectief vervoer is vervoer van deur tot deur voor mensen met een beperking. Met collectief vervoer kan op een eenvoudige manier gereisd worden binnen de regio naar bijvoorbeeld familie, het winkelcentrum of naar het station. Collectief vervoer wil zeggen dat er zoveel mogelijk samen in dezelfde richting wordt gereisd. Door samen te reizen is het vervoer goedkoper dan individueel taxivervoer.
Aanvullende beoordelingscriteria
niet in staat zijn om in en uit te stappen bij het gebruik van het openbaar vervoer;
lijden aan een verstandelijke handicap/psychische problematiek (dus ook dementie);
lijden aan visuele problematiek (slechtziend/blind);
en daardoor niet zelfstandig (zonder begeleiding) gebruik kunnen maken van het Openbaar Vervoer.
Bij speciale gevallen, bij bijvoorbeeld psychische problemen, ernstige lichamelijke beperkingen kan Regiotaxi gecontra-indiceerd zijn, waardoor individueel vervoer geïndiceerd zou kunnen zijn. Voor individueel vervoer zal in principe medisch advies opgevraagd worden.
Aantal zones
Dit is binnen het collectief vervoer vertaald in een toekenning van maximaal 590 zones per jaar. Een uitzondering op het aantal zones kan worden gemaakt vanwege de persoonlijke situatie of vervoersbehoefte van de cliënt. Zo kan een uitzondering worden gemaakt indien:
de partner van de cliënt in een instelling verblijft of
bij frequent bezoek aan ziekenhuis/arts/fysiotherapeut.
Bij het vaststellen van het aantal zones wordt gekeken naar de vervoersbehoefte van de cliënt. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van andere voorzieningen of de leefsituatie van de cliënt. Daarbij kan gedacht worden aan de volgende mogelijkheden:
scootmobiel,
bewoning Wlz-instelling en
indicatie huishoudelijk hulp voor het doen van boodschappen of aanwezigheid boodschappenservice.
Indien de vervoersbehoefte deels op een andere wijze dan met collectief vervoer kan worden opgelost dan kan dit vertaald worden in zones en in mindering worden gebracht op het toe te kennen zonebudget. Er vanuit gaande dat daarmee wel aan de totale compensatie van 1500-2000 km op jaarbasis wordt voldaan.
Begeleiding
Het systeem voorziet in begeleiding: enerzijds ingeval sprake is van medisch noodzakelijke begeleiding tijdens de reis (verzorging, toediening van medicatie, noodzaak van voortdurende begeleiding) bestaat de mogelijkheid (na indicatie) om kosteloos één begeleider mee te laten reizen (niet persoonsgebonden). De cliënt die is aangewezen op medische begeleiding krijgt hiervan een vermelding op zijn of haar vervoerpas (de medisch begeleider heeft dus zelf geen vervoerpas nodig). Daarnaast bestaat de mogelijkheid om bij de NS een OV-begeleiderskaart aan te vragen op naam van de cliënt. Hierdoor wordt men in de gelegenheid gesteld altijd een persoon tijdens een rit met Omnibuzz gratis mee te laten reizen.
Scootmobiel/elektrische buitenrolstoel
Het gebruiksgebied van een scootmobiel of elektrische buitenrolstoel betreft de korte afstand en is derhalve aanvullend op het openbaar- en/of collectief vervoer.
Criteria
Een scootmobiel is geïndiceerd indien de cliënt:
zonder begeleider zelf zijn bestemming kan bepalen en vinden;
regelmatig korte afstanden buitenshuis moet afleggen;
niet in staat is om in een rustig tempo 100 meter te kunnen lopen, fietsen of bromfietsen;
tegen weersinvloeden bestand is gedurende een groot deel van het jaar;
kan in- en uitstappen (overschuiven);
een goede zitbalans heeft;
beschikt over stallings- en opladingsmogelijkheden;
het voertuig kan bedienen en besturen.
De verstrekking van een scootmobiel gaat voor op de verstrekking van een elektrische buitenrolstoel. Een elektrische buitenrolstoel wordt verstrekt als een scootmobiel gelet op beperkingen en/of vervoersbehoefte geen passende compensatie biedt.
Autoaanpassing
Primair is hierbij de vraag aan de orde of het mogelijk maken van het gebruik van de eigen auto een goedkopere oplossing is dan de verlening van andere compenserende vervoersvoorzieningen zoals collectief vervoer.
In het algemeen geldt dat de aan te passen auto niet ouder mag zijn dan 3 jaar. De aanpassingen moeten nog 5 tot 7 jaar meegaan. Is een auto ouder dan 3 jaar, dan dient een onderzoek ingesteld te worden naar de technische staat en de te verwachten levensduur van de auto.
Om te bepalen welke aanpassingen in aanmerking komen voor vergoeding, dient te worden uitgegaan van de zgn. restreints op het rijbewijs van de persoon met beperkingen (beperkende bepalingen, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau Rijvaardigheid). Zonder deze aanpassingen aan het voertuig mag de cliënt niet aan het verkeer deelnemen. Ook de keuringskosten van de auto na aanpassing (indien noodzakelijk) komen voor vergoeding in aanmerking.
De kosten van automatische transmissie, stuurbekrachtiging, airco, trekhaak, cruisecontrol, raamblindering en elektrische raambediening komen niet voor vergoeding in aanmerking (algemeen gebruikelijk).
Fietsen in bijzondere uitvoering
De fietsen die worden verstrekt zijn over het algemeen fietsen waarvan een persoon zonder beperkingen geen gebruik hoeft te maken. Dergelijke fietsen kunnen ook verstrekt worden bij een loopafstand van meer dan 800 meter. Bij personen tot en met 17 jaar worden dergelijke fietsen verstrekt in bruikleen, aangezien zij vanwege groei regelmatig een grotere fiets nodig hebben. Vanaf 18 jaar (volwassen model) worden deze fietsen in de regel in eigendom verstrekt. Voorbeelden van fietsen in bijzondere uitvoering zijn:
driewielfiets, duo-fiets, verlengde fiets, rolstoelfiets, aankoppelfiets.
Een aantal bijzondere fietsen zijn algemeen gebruikelijk en worden derhalve niet verstrekt of vergoed. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de elektrische fiets, de spartamet, de tandem, de tandemet en de fiets
met verlaagde instap.
4 › 4.6
Artikel 4.6.4.1
Soorten vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorzieningen gemeente Roermond 2018