Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Restitutie, onderbreking of vervanging

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Vlissingen 2018

1.. Vroegtijdige beëindiging van het gebruik binnen het heffingstijdvak kan slechts leiden tot restitutie indien er sprake is van een jaaraangifte, met dien verstande dat: De belastingplichtige een schriftelijk verzoek tot restitutie indient; Indien meer dan negen maanden zijn verstreken, geen bedrag wordt gerestitueerd. In het geval er minder dan negen maanden van het jaar zijn verstreken, het verschil wordt gerestitueerd tussen het verschuldigde (gebaseerd op het kwartaaltarief van het aantal kwartalen dat is verstreken, waarbij een aangevangen kwartaal geldt als vol kwartaal) en het betaalde jaartarief. 2.. Indien het vaartuig in de loop van een in de tarieventabel genoemd heffingstijdvak van een kalenderkwartaal dan wel kalenderjaar uit de haven vertrekt en daar in de loop van dat tijdvak terugkeert, wordt het gebruik en genot van de haven niet geacht te zijn onderbroken. 3.. Indien in de loop van het jaar het binnenhavengeld per keer is geheven en er wordt overgegaan tot heffing bij abonnement, dan wordt het reeds geheven binnenhavengeld niet teruggegeven of verrekend. 4.. Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig, wordt voor het vervangen vaartuig over de nog niet verstreken maanden van de lopende termijn het betaalde binnenhavengeld op aanvraag van de belastingplichtige verrekend met het verschuldigde binnenhavengeld over die maanden voor het vervangende vaartuig, met dien verstande dat, indien het laatstgenoemde binnenhavengeld lager is dan het betaalde, teruggave niet plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel