Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: zonder geldige parkeervergunning, als bedoeld in artikel 3, lid 1; zonder dat het motorvoertuig is voorzien van de vergunningdrager welke met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk zichtbare en leesbare plaats direct tegen de voorruit is geplaatst; in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften en/of beperkingen. 2.. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel