In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
Bij het verstrekken van een individuele voorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval:
a. welke individuele voorziening wordt verstrekt en wat het beoogde resultaat daarvan is;
b. de ingangsdatum en duur van de verstrekking;
c. indien van toepassing: welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
Bij het verstrekken van een individuele voorziening in de vorm van een pgb vermeldt de beschikking in ieder geval:
a. voor welk resultaat het pgb kan worden besteed;
b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;
d. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld.