Onder de naam “roerendezaakbelastingen” worden ter zake van
binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen
geheven:
een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van
het kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet
krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht gebruikt, verder te noemen:
gebruikersbelasting;
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van
het kalenderjaar van een ruimte het genot heeft
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
noemen: eigenarenbelasting.
Bij de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een
bedrijfsruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt als
gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft
gegeven;
het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene
die deze ruimte ter beschikking heeft gesteld.
Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in
gebruik heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is
bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie
die ruimte of deel daarvan in gebruik is gegeven of ter
beschikking is gesteld.
Artikel 2