**1..** De verlaging, bedoeld in artikel 34, van de wet, bedraagt:
18 procent van de gehuwdennorm indien het een jongere van 21 jaar betreft;
11 procent van de gehuwdennorm indien het een jongere van 22 jaar betreft.
**2..** In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepassing van het eerste lid zou leiden.
HOOFDSTUK 3
Artikel 6
Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar
Onderdeel van Toeslagenverordening wet investeren in jongeren