Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.
De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het hierna volgende lid 3 een lagere bijdrage is verschuldigd.
In afwijking van artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bedraagt de bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van deze bijdragen worden vastgesteld conform de parameters zoals die door het Rijk worden vastgesteld. Met dien verstande dat de parameter voor de inkomensgrenzen met 10% worden verhoogd en de parameter voor het marginaal tarief met 2,5% wordt verlaagd.
Als de bijdragen veranderen, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de nieuwe bedragen.
De kostprijs van een:
a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Hoofdstuk 4
Artikel 18
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst