Naar hoofdinhoud
1.. De ambtenaar die het voornemen heeft in het kader van zijn functie een buitenlandse reis te maken, heeft vooraf toestemming nodig van de directie. 2.. De ambtenaar die het voornemen van een buitenlandse reis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten. 3.. Uitnodigingen voor buitenlandse reizen, werkbezoeken en dergelijke door derden worden altijd besproken met de directie en worden onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 4.. Van de buitenlandse reis wordt een verslag opgesteld en ter beschikking gesteld aan het afdelingshoofd van de ambtenaar. 5.. Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van de ambtenaar is uit-sluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee is gediend. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming door de directie betrokken. 6.. Het anderszins meereizen van derden -zonder dat sprake is van een aantoonbaar belang voor de gemeente- op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming door de directie betrokken. 7.. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het directie. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de ambtenaar. 8.. De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen.

Rechtspraak bij dit artikel