**1..** De rechten worden niet geheven:
van voorwerpen of werken, welke door of vanwege het rijk en de provincie, noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, zijn aangebracht of geplaatst;
voor het gebruik of genot door de gemeente van openbare gemeentegrond of openbaar gemeentewater en voor het hebben onder, op of boven die grond of dat water van voorwerpen, werken of inrichtingen, welke aan de gemeente in eigendom toebehoren of bij haar in gebruik zijn;
voor door het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie aangebrachte of aan te brengen brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen, en niet tot reclame dienende borden, gevende aanwijzingen voor het publieke, mits de grootste afmeting der borden niet meer dan twee meter bedraagt;
voor het hebben of plaatsen van wegwijzers in, op of boven openbare gemeentegrond door de Koninklijke Nederlandsche Toeristenbond A.N.W.B. en de Koninklijke Automobielclub K.N.A.C.;
voor het hebben van voorwerpen en werken, welke daar ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;
van voorwerpen of werken, waarvoor krachtens een andere gemeentelijke heffingsverordening reeds rechten zijn verschuldigd.
**2..** Geen recht wordt bovendien geheven, indien de openbare gemeentegrond of het openbaar gemeentewater, blijvend of althans voor lange duur door verhuring, verpachting of bij wijze van concessie aan het algemeen gebruik is onttrokken.
Artikel 6
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van retributies en precariorechten