De onderhoudsrechten, als bedoeld in artikel 4 onder F. zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de eerste helft van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten bedoeld in artikel 4 onder F. verschuldigd voor het gehele belastingjaar.
Indien de belastingplicht in de tweede helft van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten bedoeld in artikel 4 onder F. verschuldigd voor de helft van de voor dat jaar verschuldigde rechten.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar wijzigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde onderhoudsrecht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--.
Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.
Voor de toepassing van de bepalingen in het vierde en vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten
Onderdeel van Verordening Begrafenisrechten 2018