Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 20.

Taken en bevoegdheden

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling GGD-VT Haaglanden

1.. De directeur publieke gezondheid is belast met de uitvoering van de taken en bevoegdheden die aan hem bij of krachtens de Wet Publieke Gezondheid of bij of krachtens enige andere wet zijn toegekend. 2.. De directeur publieke gezondheid is belast met de functionele leiding van de Uitvoeringsorganisatie GGD. Voor de uitvoering van zijn taak is hij verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan het voeren van toezicht op de directeur publieke gezondheid overlaten aan het dagelijks bestuur. De bevoegdheden van de directeur publieke gezondheid op grond waarvan hij functioneel leiding kan geven aan de Uitvoeringsorganisatie GGD, alsmede de wijze van uitoefening van deze bevoegdheden worden geregeld in de dienstverleningsovereenkomst. 3.. De directeur veilig thuis is belast met de functionele leiding van de Uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis. Voor de uitvoering van zijn taak is hij verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur. Indien het algemeen bestuur daar om verzoekt, verstrekt de directeur veilig thuis inlichtingen aan het algemeen bestuur omtrent de wijze waarop hij zijn taken uitvoert. De bevoegdheden van de directeur veilig thuis op grond waarvan hij functioneel leiding kan geven aan de Uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis, alsmede de wijze van uitoefening van deze bevoegdheden worden geregeld in de dienstverleningsovereenkomst. 4.. De directeur publieke gezondheid en de directeur veilig thuis zijn bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur aanwezig, tenzij het algemeen bestuur respectievelijk het dagelijks bestuur anders besluit. Zij kunnen aan de beraadslaging deelnemen en hebben daarin een raadgevende stem. 5.. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur stellen gezamenlijk, elk voor zover het hun bevoegdheden betreft, een Directiestatuut vast waarin de taken en bevoegdheden van de directeur publieke gezondheid en van de directeur veilig thuis en hun relatie met het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden geregeld. Vaststelling of wijziging van het Directiestatuut geschiedt bij unanimiteit. 6.. Het dagelijks bestuur stelt, gehoord het algemeen bestuur, een controllerstatuut vast waarin de taken en bevoegdheden van de controller zijn vastgelegd. Vaststelling of wijziging van het controllerstatuut geschiedt bij unanimiteit. 7.. De secretaris is belast met de administratieve ondersteuning van en advisering aan het algemeen en dagelijks bestuur, met uitzondering van de administratieve ondersteuning van en de advisering die behoort tot het takenpakket van de directeur publieke gezondheid en de directeur veilig thuis. 8.. De secretaris is aanwezig bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel