Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 4.

Taken en bevoegdheden

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling GGD-VT Haaglanden

1.. Het openbaar lichaam is belast met de taken die bij of krachtens de Wet publieke gezondheid of enige andere wet zijn opgedragen aan de gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid. 2.. Ter behartiging van de in artikel 3, aanhef onder a, genoemde belangen dragen de deelnemers over aan het algemeen bestuur van de regeling de taken en bevoegdheden die aan hen zijn toegekend in: de Wet publieke gezondheid en de daaronder vallende regelingen, uitgezonderd de taken en bevoegdheden inzake jeugdgezondheidszorg; artikel 1.61 en artikel 2.19 Wetkinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; artikel 4 van de Wet op de lijkbezorging; gemeentelijke verordeningen ten aanzien van de uitvoering, het toezicht op en de handhaving van regels inzake seksinrichtingen. 3.. Ter behartiging van de in artikel 3, aanhef en onder b, genoemde belangen dragen de deelnemers over aan het algemeen bestuur van de regeling de taken en bevoegdheden die aan hen zijn toegekend in hoofdstuk 2 en artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de daaronder vallende regelingen, voor zo ver deze taken en bevoegdheden strekken tot het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling, alsmede de taken en bevoegdheden die aan hen zijn toegekend in hoofdstuk 2 van de Jeugdwet en de daaronder vallende regelingen, voor zo ver deze taken en bevoegdheden strekken tot het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling. 4.. Bestuursorganen van het openbaar lichaam en ambtenaren aangesteld door het dagelijks bestuur kunnen, na instemming van het algemeen bestuur, door andere bestuursorganen worden aangewezen als toezichthouder inzake de naleving van voorschriften die strekken tot de bescherming van de belangen als bedoeld in artikel 3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel