Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Verlaging schoolverlaters

Onderdeel van Beleidsregels individualisering uitkeringsnorm 2018

De verlaging voor schoolverlaters van artikel 28 Participatiewet is bedoeld om de schoolverlater gedurende het eerste half jaar niet in een betere financiële positie te brengen dan toen hij nog aangewezen was op studiefinanciering of een tegemoetkoming krachtens de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos). De verlaging bedraagt 20% van de rekennorm. Hierbij speelt de overweging een rol dat de schoolverlater financieel gestimuleerd wordt richting de arbeidsmarkt (werk boven uitkering). Bij gehuwden die beiden schoolverlater zijn, wordt de verlaging niet verdubbeld. Deze blijft dan 20%. Wel is denkbaar, dat de periode waarover de verlaging wordt toegepast, verlengd wordt, als beide partners na elkaar schoolverlater worden. De verlaging wordt zodanig vastgesteld dat de schoolverlater ten minste blijft beschikken over de norm voor levensonderhoud die in de studiefinanciering is opgenomen. Dit vloeit voort uit de memorie van toelichting. De verlaging is bedoeld om schoolverlaters te stimuleren arbeid te accepteren of door te leren. In bijzondere gevallen is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld bij (ernstige) ziekte, psychische of andere bijzondere omstandigheden. Als de schoolverlater vanwege deze omstandigheden de opleiding niet kon afmaken en ook niet kan doorleren, blijft de verlaging achterwege.

Rechtspraak bij dit artikel