Naar hoofdinhoud

Artikel 24.

Gedeeltelijk afzien van (verdere) terugvordering bij schuldregeling

Onderdeel van Beleidsregels debiteuren 2018

1.. Op verzoek van de debiteur kan worden besloten geheel of gedeeltelijk van (verdere) terugvordering af te zien, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: redelijkerwijs te voorzien is dat de debiteur niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, en; redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen, en; de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde bijstand, inkomen of uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang, en; het verzoek tot medewerking aan een schuldsanering/bemiddeling wordt ingediend door een erkende schuldbemiddelingsorganisatie, of een Nederlandse gemeente. 3.. Indien het een fraudeschuld betreft, wordt niet afgezien van (verdere) terugvordering. 4.. Het besluit tot het afzien van (verdere) terugvordering treedt niet in werking voordat een schuldregeling overeenkomstig het eerste lid tot stand is gekomen.

Rechtspraak bij dit artikel