Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Mook en Middelaar 2015 eerste wijziging

1.. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2.. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening beëindigen, herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen; de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. de jeugdige of zijn ouders het pgb niet binnen zes maanden na de verzenddatum van de toekenningsbeschikking hebben aangewend voor de bekostiging van de jeugdhulp waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 4.. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft, bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 5.. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder d of e heeft ingetrokken en de jeugdige of zijn ouders redelijkerwijs konden begrijpen dat zij ten onrechte een individuele voorziening of daaraan gekoppeld pgb ontvingen kan het college van degene die niet voldeed aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt heeft dan waarvoor het is bestemd geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 6.. Het college kan een vordering op grond van ten onrechte genoten pbg verrekenen met te verstrekken pgb. 7.. Het college kan uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de inzet van individuele voorzieningen en de bestedingen van pgb’s onderzoeken. 8.. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het onderzoek als bedoeld in het vorige lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel