Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
1.werkgever: de (loco)gemeentesecretaris.
2.werknemer: de ambtenaar die op grond van een aanstelling of een
arbeidsovereenkomst ingevolge de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling /
Uitwerkingsovereenkomst werkzaamheden verricht voor de gemeente.
3.formele arbeidsduur: de omvang van de door de werknemer te verrichten
werkzaamheden.
4.feitelijke arbeidsduur: de omvang van de door de werknemer te verrichten
werkzaamheden op basis van het arbeidspatroon of werkrooster.
5.arbeidspatroon: de overeengekomen dagen waarop en de tijdstippen
waartussen de werknemer zijn werkzaamheden moet verrichten.
6.werkrooster: de op basis van een geldende werktijdregeling vastgestelde
dagen waarop en de tijdstippen waartussen de werknemer zijn werkzaamheden
moet verrichten.
7.overwerk: de werkzaamheden, die de werknemer, ingevolgde daartoe gegeven
opdracht, boven de werktijd van het voor hem geldende arbeidspatroon of
werkrooster verricht, niet zijnde spaaruren.