Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening Hart voor de Jeugd Ooststellingwerf 2018

1.. Een individuele voorziening kan in natura (ZIN) of persoonsgebonden budget (pgb) worden verstrekt. 2.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1. van de wet. 3.. In aanvulling op lid 1 kan een pgb alleen verstrekt worden door het college en op basis van een pgb-plan waarin minimaal de volgende onderdelen zijn benoemd: een probleemanalyse; motivatie waarom een individuele voorziening in de vorm van ZIN niet passend is; eigen kracht cq. eigen inzet van de ouders en het netwerk/familie; de beoogde resultaten van de hulpverlening en ondersteuning; indien informele hulp: wijze van professionele ondersteuning (vanuit ZIN); waar en hoe de budgethouder de hulp en ondersteuning zal inkopen; hoe de kwaliteit van de hulp en ondersteuning gewaarborgd is; de verwachte / gewenste omvang en duur van de ondersteuning; een begroting. 4.. In het kader van pgb maakt het college onderscheid tussen formele en informele hulp. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 onder a, b of c, is sprake van informele hulp. 5.. In aanvulling op lid 1 verstrekt het college geen pgb informele hulp voor een GGZ- behandeling. 6.. De hoogte van het pgb tarief: is gebaseerd op een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan besteden; is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen; De hoogte van het pgb voor formele hulp bedraagt 90% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura, tenzij op basis van het door de jeugdige en/of zijn ouders ingediende budgetplan passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht; Het tarief voor een pgb voor informele hulp wordt vastgesteld op 25% van het ZIN tarief waarbij in ieder geval het uurbedrag (gebaseerd op een 36-urige werkweek voor een persoon van 22 jaar of ouder) van het wettelijk minimumloon zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag geldt. 7.. Het college verstrekt geen pgb voor kosten ten behoeve van: bemiddeling; tussenpersonen en belangenbehartigers; feestdagenuitkering; eenmalige uitkering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel