Indien voorafgaand aan dan wel ten tijde van de bijstandsverlening over een vermogen kon worden beschikt boven het bescheiden vrij te laten vermogen conform artikel 34 lid 2 sub b en lid 3 van de wet en hierop is ingeteerd op een wijze die getuigt van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, wordt de uitkering verstrekt in de vorm van een geldlening, waarbij de periode wordt bepaald door het onverantwoordelijk ingeteerde bedrag te delen door de van toepassing zijnde norm.
Artikel 5 Onverantwoord interen op vermogen
Artikel 5 Onverantwoord interen op vermogen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand BOL