**1..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet.
**2..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
de wet: de Participatiewet;
algemene bijstand: bijstand, die wordt verstrekt voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals kosten van levensonderhoud, die uit het inkomen moeten worden voldaan;
bijzondere bijstand (artikel 35 van de wet): bijstand die bestemd is voor de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende kosten, die niet kunnen worden voldaan uit het inkomen, de toepasselijke bijstandsnorm of inkomensvoorziening en/of uit het aanwezige vermogen of uit de langdurigheidtoeslag;
bijstandsnorm: zoals bedoeld in artikel 20 tot en met 30 van de wet;
het inkomen: het inkomen zoals omschreven in artikel 32 van de wet, onder aftrek van hetgeen op grond van artikel 31 lid 2 van de wet niet tot de middelen wordt gerekend en van hetgeen op grond van artikel 33 lid 5 van de wet buiten beschouwing wordt gelaten;
het vermogen: het op het moment van aanvraag beschikbare vermogen zoals omschreven in artikel 34 van de wet;
Individuele inkomenstoeslag: de toeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de wet;
voorliggende voorziening: een voorziening die naar aard en doel geacht wordt passend te zijn voor een belanghebbende, waardoor geen recht op bijzondere bijstand bestaat, zoals bedoeld in artikel 5 sub e en artikel 15 lid 1 van de wet;
maatwerk: bijzondere bijstand wordt primair op grond van de wettelijke bepalingen en deze beleidsregels vastgesteld, maar bij (zeer) bijzondere individuele omstandigheden die de persoon, zijn sociale omgeving of zijn gezin raken kan de bijstand afwijkend worden vastgesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.