De systeembeheerder voorziet in:
de fysieke beveiliging van de applicatie;
een dagelijkse back-up die wordt ondergebracht in een daartoe uitgeruste en beveiligde ruimte, die zich op een andere locatie bevindt, dan de ruimte waarin de apparatuur voor de voorziening van de BRP is opgesteld;
de technische installatie van gewijzigde of nieuwe versies van de applicatie;
de beschikbaarheid van de applicatie overeenkomstig hetgeen daarover intern en met derden is overeengekomen.