Voor ontheffing van het verbod om personen te vervoeren in de open of gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets en in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets, komen bestuurders van de volgende voertuigen in aanmerking:
landbouw- of bosbouwtrekkers*Als bedoeld in de Regeling Voertuigen.
motorrijtuigen met beperkte snelheid*Als bedoeld in de Regeling Voertuigen.
wegtreintjes, als bedoeld in artikel 61b, lid e, van het RVV 1990.
Behalve de inrichtingseisen van de Regeling Voertuigen, dient de voertuigcombinatie te voldoen aan de volgende aanvullende voorwaarden:
het te slepen voertuig dient uit minimaal twee assen te bestaan;
het voertuig moet zijn voorzien van daartoe vast geplaatste en als zodanig ingerichte zit plaatsen;
het voertuig dient zodanig te zijn ingericht dat er geen mogelijkheid bestaat dat personen van de wagen kunnen vallen;
indien de afstand van de onderzijde van het voertuig meer bedraagt dan 0,70 meter dient het voertuig aan de achterkant te zijn voorzien van een stootbalk en aan de zijkant te zijn voorzien van een zijdelingse afscherming;
de instapmogelijkheid dient zich bij voorkeur aan de (rechter)zijkant te bevinden;
in het te slepen voertuig dient een deugdelijke en eenvoudig te bedienen voorziening aanwezig te zijn om in geval van nood de bestuurder van het trekkende voertuig tijdig te kunnen waarschuwen.
Artikel 1.
Artikel 1.
Onderdeel van Beleidsregel 2015 ontheffingen in het kader van artikel 61b van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990