Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Voorwaarden gehandicaptenparkeerkaart voor instellingen

Onderdeel van Beleidsregels Gehandicaptenparkeerkaarten en Gehandicaptenparkeerplaatsen gemeente Borger-Odoorn 2012

Ten behoeve van het al dan niet collectief vervoer van personen die in instellingen verblijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, AWBZ, kan een gehandicaptenparkeerkaart verstrekt worden aan instellingen. Dergelijke instellingen hebben vaak de beschikking over één of meer voertuigen waarmee bewoners worden vervoerd. Met een gehandicaptenparkeerkaart voor instellingen is het niet meer noodzakelijk om voor iedere bewoner afzonderlijk een gehandicaptenparkeerkaart aan te vragen (artikel 49, tweede lid, BABW). Aangezien de bewoners van dergelijke instellingen over het algemeen voldoen aan de gestelde criteria, kan deze kaart zonder tussenkomst van een keurende instantie worden afgegeven. Op de gehandicaptenparkeerkaart dient met een hoofdletter I aangegeven te worden dat het een kaart voor een instelling betreft. Aan het aantal kaarten per instelling kan een limiet worden gesteld op basis van het aantal bewoners en het aantal beschikbare voertuigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel