Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 2:4 wordt vastgesteld dat de jeugdige of zijn ouders:
op eigen kracht of met andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige of voorliggende voorziening.
Artikel 5:4