Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Vrijlatingen inkomsten uit arbeid

Onderdeel van Beleidsregel re-integratie, loonkostensubsidie en vrijlating inkomsten gemeente Raalte

Doelgroep De persoon die behoort tot de doelgroep genoemd in artikel 31, tweede lid, onder n en r van de Participatiewet en ouder is dan 27 jaar dan wel een uitkering ontvangt op grond van de IOAW/Z, kan in aanmerking komen voor een vrijlating van inkomsten uit arbeid indien dat bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. Op verzoek De vrijlating van inkomsten wordt, op verzoek van de uitkeringsgerechtigde, voorafgaande aan het verwerven van inkomsten uit arbeid vastgesteld. Dat betekent dat verzwegen inkomsten (als zij achteraf geconstateerd worden) niet in aanmerking kunnen komen voor de vrijlating omdat het college zich geen oordeel heeft kunnen vormen over de vraag of de inkomsten bijdragen aan de arbeidsinschakeling. Criterium bijdragen aan de arbeidsinschakeling De uitkeringsgerechtigde heeft in de voorafgaande twaalf maanden niet gewerkt en heeft nu werk aanvaard dat gericht is op uitstroom uit de uitkering. De termijn van twaalf maanden wordt gehanteerd omdat de werkzoekende door het verrichten van arbeid in deeltijd: werkervaring opdoet; went aan een arbeidsritme; ervaart wat zijn mogelijkheden zijn; en bij eventuele sollicitaties een gemotiveerde indruk kan maken. Van deeltijdarbeid kan in die gevallen daarom worden gezegd dat de vrijlating van inkomsten bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. Heeft de werkzoekende echter een (recent) arbeidsverleden, dan draagt het verrichten van arbeid in deeltijd niet wezenlijk bij aan zijn arbeidsinschakeling. Vrijlating wordt toegepast indien vanuit een uitkeringssituatie voor het eerst sprake is van inkomsten uit deeltijdwerk. Als er met de vrijlating een inkomen wordt verworven gelijk of hoger dan de toepasselijke norm, dan wordt geen vrijlating toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel