Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vaststellen van de tegenprestatie

Onderdeel van Beleidsregels tegenprestatie Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Raalte 2018

1.. De tegenprestatie wordt samen met de uitkeringsgerechtigde vastgesteld in een gesprek. 2.. De uitkeringsgerechtigde kan het college zelf verzoeken om een tegenprestatie. 3.. De uitkeringsgerechtigde wordt altijd gevraagd zelf ideeën voor een vorm van tegenprestatie aan te dragen (zie ook artikel 4 ‘Stimuleren van eigen kracht’). 4.. De consulent bepaalt of nadere begeleiding noodzakelijk is. Indien nodig wordt uitkeringsgerechtigde ‘warm’ overgedragen aan een maatschappelijke partner. 5.. De norm voor de tegenprestatie bedraagt gemiddeld 12 uur per week. 6.. Het gemiddeld aantal uren per week kan, naar het oordeel van de consulent, lager worden vastgesteld indien hiervoor redenen zijn. Aard en intensiteit van de tegenprestatie kunnen individueel afwijkend worden vastgesteld. 7.. Redenen om af te wijken van voorgaande norm kunnen zijn: Psychische beperkingen. 8.. Lichamelijke beperkingen: actuele mogelijkheden voor de invulling van de tegenprestatie; bijzondere omstandigheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel