**1..** Onverminderd artikel 2, derde lid, legt het college blijvend een maatregel op indien de belanghebbende een inkomen uit of in verband met arbeid zou hebben kunnen verwerven en:
aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; dan wel
de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.
**2..** De hoogte van de maatregel is gelijk aan het inkomen dat belanghebbende zou hebben kunnen verwerven bij voortzetting van het dienstverband.
Hoofdstuk 3:
Artikel 8.
Door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ