Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1:1

Begripsbepalingen*

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2018

In deze verordening wordt verstaan onder: bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning dan wel op grond van artikel 160, lid 1, aanhef en onder b of artikel 174,lid 3 van de Gemeentewet het bevoegde bestuursorgaan moet worden vastgesteld; *bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening Berkelland 2012 daaronder wordt verstaan; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; grootschalig evenement: een evenement waarbij de impact voor de leefomgeving groot zal zijn. De aspecten die een rol spelen zijn: aanwezigheid van een groot aantal bezoekers (> 1000 per dag), het maken van veel geluid, het feit of het evenement meerdere dagen duurt, of het veel beslag legt op de openbare ruimte en of het zorgt voor een verhoogd risico op overlast van de openbare orde. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; verkiezingsborden: borden waarop uitingen van politieke partijen zijn bevestigd in verband met verkiezingen en referenda; *weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel