Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 7

Artikel 2:25

Evenement*

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2018

1.. Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te houden 2.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: wedstrijden en spelactiviteiten van (sport)verenigingen die als regulier zijn aan te merken uitgezonderd wanneer het een voetbalwedstrijd betreft tegen een club die deelneemt aan een competitie uit het betaalde voetbal; optochten, rondgangen, serenades die geen deel uitmaken van een grootschalig evenement (onder grootschalig evenement worden onder andere de volksfeesten en carnavalsoptochten verstaan); wandel- en fietsactiviteiten; kaartleesritten/oriënteringsritten; activiteiten die naar hun aard het klimaat verbeteren binnen een winkelgebied (springkussen, kleine draaimolens en dergelijke); verenigingsfeesten, buurtfeesten en schuttersfeesten waarbij geen openbare wegen worden afgesloten en/of een tent of anderszins een tijdelijk onderkomen wordt geplaatst voor maximaal 100 personen; 3.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en voor zover het bepaalde in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, daarin niet voorziet, kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd als blijkt dat het evenementterrein met toebehoren (zoals tenten en kramen en installaties) op zichzelf dan wel met toebehoren, in onderlinge samenhang bezien, niet brandveilig is; 4.. Onverminderd het bepaalde in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, gelden voor evenementen genoemd in het tweede lid de volgende voorschriften: de openbare weg ten behoeve van het evenemententerrein wordt niet afgesloten; er wordt geen tent of anderszins een tijdelijk onderkomen voor meer dan 100 personen geplaatst; het evenement geeft weinig tot geen overlast voor de leefomgeving; de organisator is verplicht een melding van het evenement aan de burgemeester te doen ten minste drie weken voor de aanvang ervan. 5.. De burgemeester kan naar aanleiding van de melding als bedoeld in het vierde lid binnen 14 dagen na ontvangst van de melding, voorschriften verbinden aan het te houden evenement in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. 6.. De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 7.. Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10, juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 8.. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel