Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4:3

Kennisgeving incidentele festiviteiten

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2018

Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn. De houder van de inrichting moet minstens twee weken voor aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis stellen. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Besluit niet van toepassing is. De houder van de inrichting moet ten minste tien werkdagen voor de festiviteit het college daarvan in kennis stellen. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, op tijd is ingeleverd bij het college. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, direct toestaat. Bij incidentele festiviteiten bedraagt het geluidsniveau veroorzaakt door de inrichting niet meer dan 85 dB(A) met een piekniveau van 95 dB(A). Het gemiddelde geluidsniveau van muziek mag niet meer zijn dan 75 dB(A) met een piekniveau van 85 dB(A).. Na 24.00 uur mag het gemiddelde geluidsniveau niet meer zijn dan 70 dB(A) met pieken van 80 dB(A). Er wordt op 50 meter van de inrichting gemeten of op de dichtstbijzijnde gevel. De meethoogte is 1,5 meter. De minimale meetduur is 1 minuut. Voor de diepe bastonen geldt dat het geluidsniveau tot 24.00 uur niet meer mag zijn dan 99 dB(C). Na 24.00 uur moet het geluidsniveau terug naar 94 dB(C). Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit - uiterlijk om 01.30 uur beëindigd. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behalve voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel