Naar hoofdinhoud
1.. Direct na de uitname van een parkeerkaart uit de automaat bij de inrit van het parkeerterrein is parkeergeld verschuldigd, dat wordt samengesteld door de som van een starttarief en een tarief aan de hand van de werkelijke parkeertijd. 2. . Het starttarief bedraagt € 5,25. Voor dit bedrag kan ten hoogste drie aaneengesloten uren worden geparkeerd. 3. . In aansluiting op de parkeertijd, bedoeld in het tweede lid, bedraagt het tarief € 1,75 per uur. 4. . Het berekende tarief wordt afgerond naar boven op eenheden van € 0,10. 5. . Het starttarief en het daarbij op te tellen tarief dat wordt berekend aan de hand van de werkelijke parkeertijd bedraagt ten hoogste € 26,25 per kalenderdag. 6. . Een houder van een parkeerkaart kan het parkeerterrein alleen afrijden nadat hij het verschuldigde parkeergeld heeft betaald. 7. . Een houder kan alleen betalen bij de betaalautomaat op het parkeerterrein. De door de automaat bepaalde gegevens zijn bindend voor partijen. De betaling vindt plaats door de volgende handelingen of gebeurtenissen: eerst voert de houder de parkeerkaart in de daarvoor bestemde automaat in; de automaat stelt het einde van de parkeertijd vast en berekent de parkeerduur en het daarvoor verschuldigde parkeergeld; vervolgens betaalt de houder op de wijze als bij of op de automaat is vermeld. 8. . De na betaling uit de automaat te nemen parkeerkaart moet een bestuurder, om het terrein af te rijden, bij de uitrit van het parkeerterrein invoeren in de automaat waaraan de slagboom is verbonden. Hiervoor heeft hij gedurende een periode van vijf minuten de gelegenheid. 9. . Als een bestuurder het parkeerterrein niet afrijdt binnen vijf minuten, dan is hij parkeergeld verschuldigd voor de tijd na de betaling van het parkeergeld, bedoeld in het achtste lid. Hij kan dit resterende parkeergeld alleen betalen door de parkeerkaart opnieuw in te voeren in de daarvoor bestemde betaalautomaat. 10. . Er kan ten hoogste op zeven aaneengesloten kalenderdagen onafgebroken worden geparkeerd. Met ingang van de achtste kalenderdag verliest de parkeerkaart zijn geldigheid, waarna een bestuurder alleen het parkeerterrein kan afrijden na betaling van het verschuldigde parkeergeld en van de boete zoals bedoeld in artikel 1.5, vierde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel