Beschermd Wonen wordt toegekend in:
a. de vorm van een voorziening in Natura of;
b. de vorm van een persoonsgebonden budget.
Wanneer een maatwerkvoorziening toegewezen is, informeert de consulent Beschermd Wonen de cliëntof zijn vertegenwoordiger over het door de gemeente gecontracteerde aanbod. Ook informeert deconsulent Beschermd Wonen de cliënt over de mogelijkheid om te kiezen voor een verstrekking vaneen persoonsgebonden budget.
De hoogte van het persoonsgebonden budget is vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst. Jaarlijks kunnen de bedragen wijzigen.
5.1 Maatwerkvoorziening in Natura
Het verkrijgen van een voorziening in Natura gaat via een van de gecontracteerde aanbieders, waarmeede centrumgemeente afspraken heeft gemaakt. De Achterhoekse gemeenten hebben bij de aanbestedingde volgende categorieën kwaliteitseisen geformuleerd:
* Kwaliteitseisen die zich met name richten op het professioneel organiseren van een gezonde be-drijfsvoering.
* Kwaliteitseisen die betrekking hebben op het werken met een ondersteuningsplan, samenwerkingmet ketenpartners en andere partijen voor integrale hulpverlening en eisen aan de geleverdeondersteuning.
* Kwaliteitseisen die worden gesteld aan de competenties, type opleiding en/of het opleidingsniveauvan de professionals die ondersteuning leveren in het primaire proces.
* Kwaliteitseisen die worden gesteld aan het resultaat van de ondersteuning. Het kan hierbij gaanom (het meten van) effecten van ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid en participatie,maar ook resultaten in de vorm van door- en uitstroom.
5.1.1 Specifieke eisen voor Beschermd Wonen
Voor Beschermd Wonen zijn specifieke eisen gesteld aan de 24-uurs bereikbaarheid en de begeleidingdie de aanbieder moet bieden.
Eisen aan de 24 uur bereikbaarheid
Bij elke variant van Beschermd Wonen moet sprake zijn van 24 uur bereikbaarheid van de begeleiding.Bij de varianten ‘Wonen Beschermd – Ontwikkeling’ en ‘Wonen
1. Beschermd – Stabilisatie’ moet de begeleiding altijd aanwezig zijn. Bij de andere varianten moetde begeleiding binnen 20 minuten ter plaatse kunnen zijn. De aanbieder biedt dan zo nodig aancliënt een kortdurende interventie. Hierbij zorgt hij zo nodig voor contact met netwerk, structurelebegeleider van de cliënt, politie en lokale team, toegangsteam van gemeente;
2. De aanbieder ziet erop toe dat de cliënt in en buiten de woning geen overlast veroorzaakt. Mocht dit toch gebeuren dan spreekt de aanbieder de cliënt daarop aan en maakt de aanbieder afsprakenmet de cliënt om herhaling te voorkomen. Overlastklachten die over bewoners bij de gemeente binnenkomen worden aan de aanbieder doorgegeven zodat er maatregelen kunnen worden genomen. Bij herhaaldelijke en voortdurende overlastklachten uit de buurt, zal de aanbieder, inoverleg met de cliënt en de gemeente, maatregelen treffen. Dit kan betekenen dat voor de overlastveroorzakende cliënt een ander onderkomen moet worden gezocht.;
3. De aanbieder dient maatregelen te nemen om de veiligheid van de cliënten en omgeving waarinzij wonen te waarborgen.
Eisen aan de begeleiding
1. De begeleiding wordt door meerdere professionele begeleiders geboden. De verantwoordelijkheidvoor de 24-uurs bereikbaarheid en de dagelijkse begeleiding wordt door meerdere begeleidersgedeeld.
Bij Wonen Beschermd (stabiliseren en ontwikkelen) geldt dat minimaal één van de bij de cliëntbetrokken beroepskrachten (dus geen betrokken behandelaar vanuit de Zorgverzekeringsweto.i.d.) een relevante Hbo-opleiding (of Mbo-opleiding met door ervaring verkregen gelijkwaardig-heid aan een Hbo-opleiding) heeft. In de praktijk vervult deze beroepskracht vaak de rol als ca-semanager. Er kan een verscheidenheid aan expertises en functieniveaus van beroepskrachtennodig zijn die de benodigde zorg en ondersteuning kunnen bieden. Welke mix van beroepskrachtenals passend wordt gezien, is de verantwoordelijkheid van de aanbieder;
2. De aanbieder moet minimaal twee beroepskrachten in dienst hebben;
3. De aanbieder moet op cliëntniveau inzichtelijk maken op welke momenten professionele onder-steuning vanuit een GGZ Instelling/ hulpverlener ingeschakeld wordt;
4. De aanbieder zorgt voor begeleiding van de cliënt als hij/ zij niet alleen kan reizen, bij doktersbezoekof boodschappen doen. Uiteraard kan daarvoor –eerst- een beroep gedaan worden op familieleden,kennissen of vrijwilligers;
5. De aanbieder stimuleert de cliënt deel te nemen aan sociale activiteiten;
6. De aanbieder zoekt met de cliënt naar een passende, stimulerende dagactiviteit, waarbij zoveelmogelijk gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en van de mogelijkheden van decliënt om als vrijwilliger, in arbeidsmatige werkprojecten of in een beschutte omgeving werkzaam-heden te verrichten. Vrijwilligerswerk moet aansluiten bij de mogelijkheden van de cliënt en tegelijkuitdagend zijn. De dagbesteding is bij voorkeur zo dichtbij de woonplek dat de cliënt hier zelfstandignaartoe kan. Nadrukkelijk dient de aanbieder te kijken of de cliënt als vrijwilliger bij kan dragenen zijn kwaliteiten in kan zetten voor de samenleving, de buurt (of buurtgenoten), de woonplek(of medebewoners) of anderen;
7.De aanbieder ondersteunt de cliënt bij het omgaan met geld, helpt hem de uitgaven en inkomstenin evenwicht te houden;
8. Aanbieder is verantwoordelijk voor coördinatie en regie van de met cliënt afgesproken ondersteu-ning (individuele begeleiding en dagbesteding) ook als dagbesteding bij een andere aanbiederis ondergebracht. De aanbieder ziet erop toe dat de cliënt zichzelf goed verzorgt (persoonlijke hygiëne);
5.2 Maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget
Indien de cliënt dit wenst, kan hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebondenbudget aanvragen. Met een persoonsgebonden budget kan de cliënt zelf de gewenste ondersteuninginkopen. Het persoonsgebonden budget kan uitsluitend worden ingezet voor de kosten van de toege-kende maatwerkvoorziening. De kosten van het wonen en voeding worden door de cliënt zelf betaald.De cliënt mag geen bijdrage in de kosten uit het persoonsgebonden budget betalen.
5.2.1 Wettelijke voorwaarden
Om een persoonsgebonden budget toegekend te krijgen moet de cliënt aan drie wettelijke voorwaarden(Wmo2015 artikel 2.3.6) voldoen. Het is aan de consulent Beschermd Wonen om te beoordelen of hieraanwordt voldaan. Zo beoordeelt de consulent Beschermd Wonen onder meer:
1.De kennis van de cliënt over de rechten en plichten die horen bij het beheer van een persoonsge-bonden budget;
2.Het mogelijkheden van de cliënt om degene die de ondersteuning verleend aan te sturen;
3.of de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.
Ad 1.
De cliënt moet in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoordewijze uit te voeren. Wanneer de cliënt dit niet zelf kan, kan hij hiervoor hulp vanuit zijn sociaal netwerkof van zijn vertegenwoordiger krijgen. De consulent Beschermd Wonen zal beoordelen of de cliënt,eventueel met hulp, in staat is de bedoelde taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Het belang vandegene die de ondersteuning met het persoonsgebonden budget biedt, mag nadrukkelijk niet bovenhet belang van de cliënt staan. De mate waarin de persoon aan wie het persoonsgebonden budgetwordt besteed, invloed heeft op het besluit om voor een persoonsgebonden budget te kiezen, speeltdaarbij een belangrijke rol.
De budgethouder kan worden gevraagd na een aangegeven periode een evaluatie/voortgangsverslaging te dienen.
Ad 2.
De cliënt moet motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wil ontvangen.
Ad 3.
De centrumgemeente moet beoordelen of de met het persoonsgebonden budget in te kopen ondersteu-ning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.
Om de veiligheid van de ondersteuning te waarborgen moet:
- de begeleiding 24 uur bereikbaar zijn. Bij de varianten wonen beschermd – ontwikkeling en wonenbeschermd – stabilisatie moet de begeleiding altijd aanwezig
- dient de organisatie aantoonbaar maatregelen te nemen om de veiligheid van de cliënten en omgevingwaarin zij wonen te waarborgen;
- moet de organisatie minimaal twee beroepskrachten in dienst hebben;
- heeft minimaal één van de bij de cliënt betrokken beroepskrachten (dus geen betrokken behandelaarvanuit de Zorgverzekeringswet o.i.d.) een relevante Hbo-opleiding (of Mbo-opleiding met door ervaringverkregen gelijkwaardigheid aan een Hbo-opleiding).
De doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning uit zich in dat:
- de organisatie de cliënt betrekt bij het opstellen en evalueren van het ondersteuningsplan;
- de organisatie met de cliënt duidelijk afspreekt op welke momenten professionele ondersteuningvanuit een GGZ instelling/ hulpverlener ingeschakeld wordt en de ondersteuning afstemt op eventuelebehandeling;
- de organisatie zorgt voor goede afspraken over de begeleiding van de cliënt als hij/ zij niet alleen kanreizen, bij doktersbezoek of boodschappen doen;
- de organisatie met de cliënt zoekt naar een passende, stimulerende dagactiviteit, waarbij zoveel mo-gelijk gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en van de mogelijkheden van de cliënt omals vrijwilliger, in arbeidsmatige werkprojecten of in een beschutte omgeving werkzaamheden te ver-richten. De dagbesteding is bij voorkeur zo dichtbij de woonplek dat de cliënt hier zelfstandig naartoekan;
- de organisatie de cliënt ondersteunt bij het omgaan met geld, helpt hem de uitgaven en inkomstenin evenwicht te houden;
- de organisatie erop toe ziet dat de cliënt zichzelf goed verzorgt (persoonlijke hygiëne);
5.2.2 Ondersteunings- en budgetplan
Om de in artikel 5.2.1 genoemde punten te kunnen beoordelen, verwacht de centrumgemeente dat decliënt een ondersteunings- en budgetplan indient waar dit duidelijk in beschreven staan. In dit onder-steunings- en budgetplan legt de cliënt samen met de organisatie waar hij de ondersteuning wil inkopenafspraken rondom de gewenste ondersteuning vast. Het moet duidelijk maken dat de organisatiekwalitatief goede ondersteuning levert, die aansluit bij de gestelde doelen.
In het ondersteunings- en budgetplan maakt de cliënt in ieder geval inzichtelijk:
- waar de ondersteuning wordt ingekocht en waar de ondersteuning uit zal bestaan;
- hoe aan de, in het gespreksverslag of gezinsplan omschreven doelen wordt gewerkt;
- waarom voor deze ondersteuner is gekozen;
- wie het persoonsgebonden budget gaat beheren;
- waarom hij de ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget wil ontvangen;
- welke salarisafspraken zijn gemaakt;
- hoe de continuïteit van de ondersteuning bij ziekte of andere uitval wordt gegarandeerd.
5.2.3 Beschermd Wonen en persoonsgebonden budget voor sociaal netwerk
Er is een groep cliënten met een indicatie voor Beschermd Wonen overgekomen vanuit de AWBZ, diezelfstandig een woning huurt of bezit en zelf de ondersteuning regelt met een persoonsgebondenbudget. Middels dit persoonsgebonden budget huren zij (24-uurs) ondersteuning en begeleiding invanuit het eigen sociaal netwerk. Op basis van de Wmo 2015 en de toelatingscriteria Beschermd Wonenstellen de Achterhoekse gemeenten dat deze wijze van ondersteuning niet onder de definitie BeschermdWonen valt. Immers, deze cliënten wonen niet in een accommodatie van een instelling en hebben geen24-uurs ondersteuning van een professionele organisatie nodig.
Wanneer hun indicatie afloopt en deze cliënten een nieuwe melding voor ondersteuning doen, zullenze opnieuw worden beoordeeld aan de hand van de huidige systematiek. Het onderzoek hiervoor zaldoor een consulent Beschermd Wonen in samenwerking met een consulent van de betreffende Achter-hoekse gemeente worden uitgevoerd. In dit geval kan, wanneer sprake is van financiële achteruitgang,een overgangstermijn worden geboden.
5.2.4 Spelregels persoonsgebonden budget
Naast het ondersteunings- en budgetplan moet de cliënt ook de zorgovereenkomst van de SocialeVerzekeringsbank (SVB) invullen. Hierin worden afspraken over het aantal te leveren uren en uurtarievenvastgelegd.
De SVB faciliteert zowel betalingen via een vast maandloon als via facturering per uur of dagdeel. Debudgetbeheerder is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de bestedingen uit het budget. De
Salarisafspraken
centrumgemeente vindt het belangrijk dat de budgetbeheerder hier voldoende inzicht in heeft. Daartoehanteert de centrumgemeente het uitgangspunt dat een betaling via facturatie de standaard is. Betalingvia facturatie ondersteunt de controle op rechtmatigheid voor zowel budgetbeheerder als de centrum-gemeente. Betaling via een vast maandloon is mogelijk. Net als bij betaling via facturatie moet de cliëntde rechtmatigheid van de bestedingen kunnen aantonen en verantwoorden. Daartoe moet een admini-stratie worden bijgehouden. Eventuele wijzigingen in de hoogte van de geleverde ondersteuningmoeten worden doorgeven aan de SVB. Wanneer een budgetbeheerder kiest voor betaling viamaandloon moet hij in het ondersteunings- en budgetplan aangeven dat hij zich van deze verantwoor-delijkheid bewust is.
Het ondersteunings- en budgetplan en de zorgovereenkomst moeten door de consulent BeschermdWonen zijn goedgekeurd voordat de centrumgemeente het persoonsgebonden budget bij de SocialeVerzekeringsbank klaarzet. Bij de herbeoordeling van de indicatie wordt het ondersteunings- en bud-getplan geëvalueerd. Ook kan de centrumgemeente steekproefsgewijs controles uitvoeren. Indien debudgetbeheerder de besteding van het pgb niet adequaat kan verantwoorden, kan het college besluitenhet pgb te beëindigen of (een deel van) het pgb terug te vorderen.
De cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend heeft de mogelijkheid om te kiezen vooreen ondersteuner die een hoger tarief hanteert dan het tarief waarop het persoonsgebonden budgetis gebaseerd. Indien als gevolg hiervan sprake is van meerkosten, dan komen deze volledig voor rekeningvan de cliënt. Indien als gevolg hiervan de cliënt minder ondersteuning inkoopt dan is geïndiceerd, danis dit in beginsel toegestaan. Wel zal bij een herindicatie worden onderzocht wat de invloed van de lagere inzet op het beoogde resultaat is geweest.
Ondersteuning in het buitenland
Als ondersteuning is ingekocht buiten Nederland mogen de reis- en verblijfskosten niet vanuit hetpersoonsgebonden budget worden betaald. Daarnaast geldt dat voor het bieden van begeleiding aande cliënt in het buitenland expliciet toestemming door de consulent moet worden gegeven. De consulentzal hierbij toetsen of de besteding van het persoonsgebonden budget past binnen het ondersteuningsplanen de te behalen resultaatgebieden. Daarbij geldt dat een persoonsgebonden budget maximaal dertienweken per jaar buiten Nederland mag worden besteed.Als de cliënt langer dan zes weken per jaar in het buitenland verblijft en daar ondersteuners inhuurtdie niet onder de Nederlandse sociale- en belastingwetgeving vallen, zal de hoogte van het persoons-gebonden budget verlaagd worden op grond van het voor dat land geldende aanvaardbaarheidspercentage zoals bepaald door het Menzis Zorgkantoor regio Arnhem.
Overige spelregels
Het persoonsgebonden budget kent geen vrij besteedbaar bedrag en geen eenmalige uitkering.
Kosten die de ondersteuner bij een budgethouder in rekening brengt in verband met een opzegtermijnzijn niet te verhalen op de gemeente. Ook kosten die de ondersteuner de budgethouder in rekeningbrengt voor het niet nakomen van een afspraak kunnen niet worden verhaald op de gemeente.
Artikel 5
Wijze van verstrekking
Onderdeel van Beleidsregels Beschermd Wonen gemeente Bronckhorst 2018